De bril van Brussel: kleine kamertjes, groots publiek

Published on
Sofie Buekenhoudt
We pissen er, we kussen er, we huilen er. Onze hoofdstad telt maar liefst 65 openbare toiletten en urinoirs, verspreid over heel Brussel. Ik daagde ze naakt voor de lens.

We pissen er, we kussen er, we huilen er. We laten er elke donderdagavond duurder dan 20 euro achter, smeulend in spijt. Lelijk zijn ze weliswaar, onder een laagje zilver vol bronzen barsten, glanzend of mat. Het zijn potten zonder deksel, behalve dan misschien uw…

Toiletten, we kleden die vierkante meter graag uitgebreid aan. Met een roze fluffy voetmatje, schelpenverzamelingen, verjaardagskalenders van naakte brandweermannen en spreuken van Bond Zonder Naam, die van deze maand zeer toepasselijk ‘wie straalt loopt nooit in ’t donker’. Neergehurkte overpeinzingen gebeuren zelden nog zonder een stapel papieren inspiratie (Flair voor haar, Kiekeboe voor hem), een automatische sjash en reinigingssysteem– want tegenwoordig zweven we liever ongemakkelijk boven dat porselein dan misschien ebola te krijgen – en een ingebouwde luchtverfrisser die al reageert op het geluid van een ritssluiting.

Openbare toiletten zijn dan ook onze grootste angst in onze queeste naar WC-poëzie. Omdat ze herinneren aan onze meest essentiële, menselijke vorm, met onverbloemde behoeftes. Ze zijn naakt, betegeld met kille eenzaamheid in plaats van keramiek. In de eerste plaats ook bestemd en gebruikt door onverbloemde mensen, zonder thuis, en al helemaal zonder die ene persoonlijke vierkante meter. Brusselse brillen zijn triest, vooral. Ongelukkig. Een troon van elke Brusselaar, onmiskenbaar afgebakend door geurgrenzen. We weten ze liggen, maar we passeren ze meestal onverschillig, achteloos, ongevoelig. Wees niet verlegen om u volgende keer eens zelf te wenden tot zo’n Brussels kamertje, indien de nood het hoogst is. Op die manier zien onze publieke toiletten het leven eindelijk ook eens door een roze b(r)il.

Urinoir aan de Putterij. Gratis te gebruiken, maar risico op zwervers aan uw voeten/rug/boven uw hoofd.
De Roskam doet het met cowboydeurtjes en artistieke, ouderwetse urinoirs.
Vlakbij de beurs doemt een WC-box op met 20 eurocent in de betaalgleuf, die werkt als roulatiesysteem: ook Brussel kan nog solidariteit tonen.
En dit ontwaart u door de 20 cent te gebruiken: een zilvergrijze, grauwe WC-pot met onheilspellende spetters op de bril.
Achter het majestueuze beursgebouw is een grijze constructie neergepoot, nogal onhandig tegen de lijvige Beurs aan geplakt.
Dit urinoir wordt zeer frequent gebruikt. De straatstenen binnen een straal van 10 meter jammer genoeg ook.