Exclusief interview op geheime locatie Charlie Hebdo

Arnaud De Decker en Stijn Van Hove
Published on Monday 160606
De geslonken redactie van Charlie Hebdo staat sinds september opnieuw op eigen benen, na een korte passage bij de krant Libérataton. Marika Bret, boezemvriendin van de vermoorde hoofdredacteur Stephane 'Charb' Charbonnier, geeft ons als eerste Belgen op de Charlie-redactie een exclusief interview.

We staan voor de redactie van Charlie Hebdo. Een locatie zo geheim dat het adres mondeling wordt gecommuniceerd. De deur is een doodgewone garagepoort. We bellen aan en wachten vol spanning op reactie. Een man met een zware stem antwoordt en vraagt onze namen. Even blijft het ijzig stil. Nadat hij onze identiteiten heeft vergeleken met wat hij eerder doorkreeg, laat hij ons binnen in het heiligdom van de vrije meningsuiting. Het eerste wat we zien is een grauwe, lange tunnel. Geen ramen, amper licht. Wel opnieuw een garagepoort.
Terwijl we wachten tot een beveiligingsagent ons komt halen, beseffen we waar we beland zijn. Niet in een redactiegebouw, maar in een bunker. Tijd om verder te mijmeren hebben we niet. Een breedgeschouderde kleerkast komt op ons af. Hij kijkt erg gedisciplineerd, bijna emotieloos. Zijn haar is kort geschoren en er loopt een draad van een oortje langs zijn nek. Het draadje verdwijnt onder een pikzwarte kogelvrije vest. ‘Cartes d’identité s’il vous plaît’, zegt hij kordaat. We geven meteen onze identiteitskaarten. De man bestudeert de passen grondig en mompelt iets in zijn microfoontje. Hij gebaart ons om hem te volgen.
Plots bevinden we ons in een container. Daar moeten we onze zakken leeghalen en door een scanner lopen. Alles behalve de papieren zakdoeken moet in een bakje op een transportband. Camerazakken niet inbegrepen, want ze zijn verboden. Vier gepantserde deuren verder zien we eindelijk het vriendelijke gezicht van Marika Bret, de personeelsdirecteur van het satirische blad. ‘Ah, jullie zijn er geraakt’, lacht ze. Als een volleerde gids leidt ze ons door de redactie. Van werkplaats tot keuken, we krijgen alles te zien. Uit die laatste weerklinken lachbuien van redacteurs die op een flipperkast spelen. De witgeschilderde muren krijgen kleur door prachtige cartoons. Het lijkt wel alsof we in enkele minuten een andere wereld zijn binnengewandeld. De sfeer is opperbest, van terreur is geen spoor meer. Hoewel ...

Wanneer bent u bij Charlie Hebdo begonnen?
In 1992, het blad heette toen nog ‘La grosse Bertha’. Ik was daar manager. Het is toen slecht afgelopen tussen enkele tekenaars en het bestuur van ‘La grosse Bertha’. Sommige teksten werden zelfs gecensureerd. We wilden binnen de vijf dagen een speciale editie opstellen om aan onze lezers uit te leggen waarom we gestopt waren. Binnen die vijf dagen moesten we opnieuw vanaf nul beginnen: een uitgever vinden, een nieuwe titel, een drukker, leveren,… en zo is Charlie Hebdo zoals we dat nu kennen geboren.

Marika Bret

U heeft ook even een café uitgebaat?
Dat was in 2006. Het was een café in Parijs dat volledig in het teken stond van persprenten en actualiteit. In het café zelf hebben we dan een tentoonstelling georganiseerd rond persvrijheid, ‘Ni Dieu Ni Dieu’. We wilden onze mening uiten over de verschillende godsdiensten. Alle godsdiensten werden afgebeeld, maar sommige jongeren uit de buurt konden niet lachen met de tekeningen over de islam, ze vonden het schofferend. We werden dagenlang bedreigd en uiteindelijk hebben ze onze ruiten vernield met metalen staven en bakstenen.

Bij ‘La grosse Bertha’ in 1992 heeft u Charb leren kennen, hoe was hij in het dagelijks leven? Was hij anders dan op de redactie?

Er was geen verschil
tussen Charb-privé en
Charb-professionnel.

Charb is steeds trouw gebleven aan zichzelf, voor hem was iedereen gelijk. Er was geen verschil tussen Charb-privé en Charb-professionnel. Of hij nu met de pers sprak, of met zijn vrienden op café, dat maakte niet uit. Zelfs toen hij ontdekte dat zijn naam op de lijst van Al-Qaeda stond, veranderde hij niet. Zijn eerste reactie was: ‘Hoe is het mogelijk dat ik op die lijst sta, naast Salman Rushdie nota bene!’
Charb richtte zich met zijn tekeningen tot alle burgers, niet tot een specifieke gemeenschap. Maar de mensen die de tekeningen opvatten als een aanval op een gemeenschap zitten fout. Er zit al 23 jaar een diepere betekenis in zijn tekeningen. Je moet ze in hun geheel zien, met alle details, want anders verlies je de context.

Sinds de aanslagen wordt u permanent bewaakt, wat doet dat met een mens?

De bewakers volgen mij overal. In het begin is dat lastig, c’est vraiment chiant! Alle spontaniteit valt weg. Maar ik heb besloten om het te aanvaarden en heb sowieso weinig keus, maar dat is nu eenmaal de voorwaarde om mijn werk in alle rust te kunnen blijven uitoefenen. De huidige situatie heeft ervoor gezorgd dat het nodig is. Ook al is het vrij paradoxaal, ik wil blijven werken, dus neem ik het erbij. Anders zouden de terroristen winnen. Mijn grootste droom is dat Charlie Hebdo zo lang mogelijk blijft bestaan.

De bewakers volgen mij overal, c'est vraiment chiant!

Ik ga daar ook heel menselijk mee om. Daarmee bedoel ik dat ik onze beveiligingsofficieren niet louter beschouw als taxichauffeurs of weet ik veel. Ze zijn er om ons te beschermen en ons leven te vergemakkelijken. Dat wil niet zeggen dat ze onze persoonlijke assistenten zijn, integendeel. Ik ken ze ondertussen al meer dan een jaar en heb er een band mee.

Na een goed halfuur valt ons oog op wat op het eerste gezicht een vluchtige schets lijkt. Maar wanneer we iets beter kijken, blijkt het om een tekening van Luz te gaan. Rénald 'Luz' Luzier is één van de twee tekenaars die in de maanden na de aanslagen de redactie hebben verlaten. Wanneer we er Marika over aanspreken, vertelt ze dat het een afscheidstekening is.

Patrick Pelloux is de andere tekenaar die vrijwillig is opgestapt enkele maanden na de aanslagen. Wat doet dat met een redactie, die na zulke gebeurtenissen toch heel close is geworden, als plotseling twee steunpilaren vrijwillig opstappen?
Het was niet eenvoudig, ze zijn alle twee gebleven tot de drukste periode achter de rug was. We wilden na de aanslagen wekelijks blijven publiceren. Dat is niet eenvoudig met een redactie die enorm is gekrompen. Daarom zijn ze in eerste instantie gebleven, om ons te ondersteunen. Vergeet niet dat we de dagen na de aanslagen aan een gemiddelde van drie begrafenissen per dag zaten. Het was niet gemakkelijk om opnieuw dezelfde sfeer te creëren, hun hulp was daarbij essentieel, bovendien lag tekenaar Laurent 'Riss' Sourisseau ook nog in het ziekenhuis.

Maar hoe was de sfeer na hun vertrek?
Patrick en Luz hebben ons heel goed uitgelegd waarom ze weggingen. Ze zijn hun beste vrienden kwijt, en konden gewoon niet meer, zowel psychologisch als fysiek was het te moeilijk en te zwaar geworden. Ze hebben dan ook alles gedaan om de stap te vergemakkelijken voor ons. Hun vertrek begrijp ik helemaal, oordelen doe ik niet, het is hun keuze. En dan nog, twee mensen op de hele redactie die vrijwillig zijn weggegaan, dat is procentueel gezien niets. Het is vooral hun talent dat we dagelijks missen.

Luz kondigde vorig jaar aan dat hij geen tekeningen van de profeet Mohammed meer wou tekenen. Ook al weerlegde hij dat zelf al, is dat dan toch niet een overwinning van terreur op vrije meningsuiting?
Dat heeft Luz nooit gezegd. Hij heeft gezegd dat hij het beu was om telkens dezelfde tekeningen te maken. Hij vond het een beetje afgezaagd. De media hebben zijn woorden dus helemaal verdraaid. Zo is het vorig jaar constant geweest. Men wou ons dingen laten zeggen die we nooit of te nimmer gezegd hebben.
We moesten ook proberen om afstand te nemen van de honderden interviewaanvragen van over de hele wereld. Ze bleven en blijven maar komen. We gaan er niet op in, want we zijn eerst en vooral een weekblad, dus moeten we onze tijd en energie daarin steken. Daarom konden we niet ingaan al deze aanvragen. Ook in januari 2016, een jaar later, hebben we het aantal interviews beperkt tot een minimum.
Het is trouwens nooit de bedoeling geweest dat Charlie Hebdo zich in een mediastorm zou bevinden. Dat staat haaks op onze initiële bedoelingen. Bepaalde media die dan ‘gekwetst’ waren, hebben dingen verspreid die we nooit gezegd hebben. Of die ze via via hebben gehoord. Het ergste is dat het wel degelijk werkt. Soms vragen we ons echt af of de journalisten in kwestie wel een perskaart hebben.
Enkele weken later beschikten jullie over een immense som geld. Het gaat dus financieel beter, maar tegen welke prijs… Hoe zijn jullie daarmee omgegaan? Een groot deel van de redactie was er ineens niet meer om daarvan te genieten.
Met of zonder geld, het is een zware klap, dat is zeker. Je hebt dus ineens al dat geld, maar op 11 januari was er dan ook de mars tegen terreur, waar iedereen ‘Charlie’ was, overal ter wereld. Het waren allemaal mensen die Charlie Hebdo amper kenden. Ongeveer vier miljoen mensen in Frankrijk, van wie een heel groot deel zelfs nooit een editie heeft gelezen. Maar ze hebben wel gereageerd. Ik stel de vraag anders: ‘In welke wereld zouden we leven mocht er niemand gereageerd hebben?’ Dat geldt evenzeer op financieel vlak. Het gaat tenslotte om een redactie die persoonlijk werd aangevallen.
Het toont ook aan hoe gehecht mensen zijn aan vrije meningsuiting en democratische waarden. Maar we wisten wel dat die hele ‘hype’ rond Charlie Hebdo niet lang ging duren. Al mocht het wel iets langer zijn. Want in die periode dat velen ‘Charlie’ waren, had je veel minder mensen die afkwamen met: ‘Ja maar…’ Ja maar, ze hebben het zelf gezocht. Ja maar, ze hebben de profeet getekend. Ja maar, ja maar, ja maar… Ik had liever dat het 11 januari-effect langer had geduurd om zulke uitspraken niet te snel na de aanslagen te moeten horen.

Over naar de aanslagen in België: merkt u bepaalde gelijkenissen met wat er in Parijs op 13 november en in Brussel op 22 maart gebeurde?
Ik zie veel gelijkenissen tussen de aanslagen van 13 november en 22 maart. Veel meer dan met de aanslagen van begin januari vorig jaar. Want toen werden telkens bepaalde bevolkingsgroepen getroffen. Op 7 januari waren het vooral journalisten en tekenaars, op 8 januari politieagenten en op 9 januari joden. Dat maakt dat niet iedereen zich betrokken voelde.
Dat is het verschil met 13 november. Toen was het in een stadion, in een concertzaal en op verschillende terrassen in een uitgaansbuurt. Ineens was iedereen een doelwit. Het waren niet enkel tekenaars, politieagenten of joden, maar iedereen werd getroffen. Dan is onze democratie in het hart geraakt. In Brussel was het ook zo, met het verschil dat Brussel de hoofdstad is van Europa. Het was dus heel Europa dat op 22 maart gekwetst werd.
 
Wat is uw mening over persvrijheid? Waar ligt de grens? En wat vindt u van die Nederlands-Turkse journaliste, Ebru Umar, die in Turkije is opgepakt wegens te kritische uitspraken?

Er is helemaal geen persvrijheid in Turkije.

Wat kan ik daarover zeggen behalve dat er volgens mij helemaal geen persvrijheid is in Turkije? Kijk, in mijn ogen is het heel simpel. In Frankrijk is iedereen vrij om zijn mening te delen, zolang die niet in strijd is met de Franse wet. Oproepen tot haat, discriminatie enzovoort. Mocht er toch een meningsverschil ontstaan over wat wel en wat niet kan, dan is een vreedzame aanpak essentieel. Desnoods via de rechtbank. Enkel op die manier is vooruitgang in onze maatschappij mogelijk. Charlie Hebdo is al jaren ongerust over de toekomst van de vrije meningsuiting en dat verkondigen we ook in onze tekeningen. Het doel van satire is niet enkel om mensen aan het lachen te maken, maar ook om ze te doen nadenken over gevoelige thema’s. Een geslaagde cartoon is voor mij een waarbij je gemengde gevoelens ervaart als je er naar kijkt.

Vonden jullie de cover met Stromae dan geslaagd? Wat was jullie redenering daarachter?
Wat goed zou zijn om in het achterhoofd te houden, is dat we het over een symbool hebben. Stromae wordt afgebeeld samen met de Belgische driekleur, dus gaat het wel degelijk om een symbool. Er staat ook nog eens bij: ‘La Belgique déboussolée’ (België is het noorden kwijt, vrije vertaling). Dat mogen we niet vergeten. Het veroordeelt barbarij, blind geweld en lafheid. Alles dus wat er in Brussel, in Parijs, maar ook in Rwanda is gebeurd.

Wisten jullie dat de vader van Stromae gedood is bij de genocide in Rwanda?
Op dit moment mengt cartooniste Corinne “Coco” Rey, die achter ons zit, zich in het gesprek.
Coco: Neen, Riss (de tekenaar van de bewuste cover, nvdr.) wist volgens mij niet eens dat de vader een slachtoffer was. Wij concerteerden ons toen op het onderwerp, op de actualiteit

Dat is een nogal ongelukkig toeval
Coco: Neen, helemaal niet. Het gaat tenslotte over hetzelfde. Ik heb het pas later beseft, maar we hebben ons niet gefocust op zijn vader, het ging over de aanslagen in Brussel.
Als wij iemand tekenen, dan gaan we niet systematisch op zoek naar het persoonlijk verleden van die persoon om te zien of we die niet kwetsen. Het ging over de actualiteit, hier ging het om de aanslagen. Jammer genoeg was het toeval, maar wat dan nog?

 

Als wij iemand tekenen, 
gaan we niet systematisch
op zoek naar het persoonlijke verleden van die persoon
 

Maar het was dus niet opzettelijk?
Neen, omdat wij een actualiteitsmagazine maken, behandelen we ook effectief de actualiteit.
Marika: En we zijn niet gaan kijken in het persoonlijk verleden van Stromae. Wat we wilden, was die gruwelijke aanslagen in Brussel veroordelen. Achteraf is iedereen ook gaan zeggen dat de familie gechoqueerd was. Komaan, we zijn de familie van Stromae gaan opzoeken om hun mening te vragen en Stromae heeft toen niet gereageerd. Het is dus allemaal door de media opgeblazen. Dat is volgens mij pas écht manipulatie.