Journalist Lars Bové: ‘Het gaat heel snel en dan maak je fouten als journalist’

Kevin Van den Panhuyzen
Published on Friday 170317
‘Heeft de pers na de aanslagen van 22 maart wel haar werk gedaan?’ Volgens Pol Deltour van de Vereniging van Vlaamse Journalisten, is de rol van de media zelden onbesproken na belangrijke gebeurtenissen. Een jaar na die aanslagen was het dan ook tijd voor een debat over ‘nieuws in onzekere tijden’.

Met de akelige beelden die een taxichauffeur vlak na de aanslag in Zaventem maakte, opende Jan Hautekiet, Radio 1-presentator en voor de gelegenheid moderator, het debat. ‘Zijn we soms te laks geweest, te veel op zoek naar sensatie?’, vroeg Jan Hautekiet, al leek dat sterk op een retorische vraag. Volgens Sofie Demeyer, journaliste bij de VRT, had de CNN een foute aanpak door deze beelden ongemonteerd, met het geschreeuw van slachtoffers, te tonen.VRT-journaliste Sofie Demeyer

Faroek Özgünes van VTM had meer begrip voor de manier waarop CNN de shockerende beelden had gebracht. ‘Het is bijna zoals voyeurisme, maar anderzijds is het een document dat toont waar het om gaat. En een beeld zegt meer dan duizend woorden.’ Hautekiet wees er ook op dat deze beelden vijftien jaar geleden, voor het tijdperk van smartphones, niet hadden kunnen bestaan. Op dat vlak hebben traditionele media nog een achterstand, merkte Özgünes op. ‘En als er geen beelden zijn, is er geen nieuws’, voegde hij daar aan toe.

‘Megafoon voor terroristen’

Voor het debat had federaal procureur Frédéric Van Leeuw de amateurbeelden nog nooit gezien, maar hij had er wel zijn bedenkingen over. ‘Het doel van terroristen is net om schrik aan te jagen. Journalisten moeten zich daarvan bewust zijn.’ ‘Een megafoon voor terroristen dus’, leidde de moderator daar uit af.

Wanneer het later in het debat over het al dan niet tonen van IS-propaganda ging, had Lars Bové, journalist bij De Tijd, een gelijkaardige opmerking: ‘Ik heb me enorm gestoord aan media die propaganda als item brengen en dus in de val trappen van de terroristen.’ Zo was er het propagandafilmpje van IS dat het dagelijkse leven bij hen romantiseerde. Maar dat het voor media niet evident is om te beslissen over wat je wel brengt en wat niet, was voor de drie aanwezige journalisten duidelijk.

‘Van dubbelcheck naar zero check’

VTM-journalist Faroek ÖzgünesIn de nasleep van de aanslagen in Brussel en in Zaventem werd Fayçal Cheffou beschouwd als ‘de man met het hoedje’, één van de terreurverdachten. Onterecht, zo bleek later, maar ondertussen was hij wereldberoemd als ‘terrorist’. ‘Soms verdwijnt de voorzorg uit de berichtgeving. Dit was duidelijk een blunder’, zei federaal procureur Van Leeuw hierover.

Volgens Lars Bové was dit niet onvermijdelijk en had het anders gekund, door bijvoorbeeld enkel de voornaam te publiceren. ‘Maar soms gaat het heel snel en dan maak je fouten als journalist’, gaf Bové toe. Ook werken media volgens hem wel eens per opbod. ‘Men redeneert zo: als andere media de volledige naam publiceren, doen wij dat ook’.

Federaal procureur Van LeeuwOok de woordvoerder van de federale politie, Peter Dewaele, wekte met zijn opmerking over foute berichtgeving de indruk dat journalisten hun werk soms wel beter kunnen doen. ‘Als Sudpresse iets brengt dat niet waar is, beschermt de rest zich door te zeggen dat het van Sudpresse kwam. Dat is van dubbelcheck naar zero check’.