Kerstmis op de ijskoude stoepstenen van onze hoofdstad

Victor Moonen
Published on Wednesday 180110
Brussel ontwaakt en met Brussel ook de vele daklozen die er dagelijks op straat verblijven. Zij zullen Kerstmis meestal niet vieren omringd door familie, maar op de koude stoepstenen van onze hoofdstad.

Terwijl mannen in rode, groene en blauwe jassen door de Nieuwstraat trekken en vele Brusselaars kerstinkopen doen, zit op de ijskoude Brusselse stoepstenen een bebaarde man. Op zijn schoot houdt hij een kleine hond, die, ondanks het fleece deken dat rond hem is gewikkeld, zachtjes rilt.

Uit de winkel achter de man komt de geur van warme, versgebakken, Brusselse wafels. Een voorbijganger biedt de man zijn fruitsap aan, maar omdat hij net een warme koffie heeft gekregen weigert hij beleeft. Om zijn verkleumde handen te warmen, houdt hij de beker koffie stevig vast, de onderkant houdt hij voorzichtig tegen het hoofd van de hond. Om dat te kunnen doen, schuift hij de rode kerstmuts die het hoofd van de viervoeter bedekt een beetje naar achteren.

Wanneer ik hem een blinkend muntstuk van twee euro geef met daarop het hoofd van onze koning, lacht hij vriendelijk “Merci beaucoup.” Het vlootje waar ooit nog margarine in zat en nu voor hem op de grond staat, is voorlopig teleurstellend leeg. Het groene kruis van een apotheker een beetje verderop geeft 4° Celsius aan.

Ook de kleine hond kijkt even op en ik streel hem zachtjes over het hoofd. Tussen de korte, bruine haren lijkt weinig warmte te blijven zitten. “Is very cold,” zegt de man terwijl hij naar zijn hond wijst. Als ik me omdraai om verder te gaan, zegt hij nog “Merry Christmas.” Ik wens hem hetzelfde terug maar meteen besef ik hoe belachelijk dat klinkt. 

Terwijl de vele kerstshoppers van de ene winkel naar de andere lopen, sluit de man zijn jas, die hij al boven een andere aan heeft. De cadeaus kunnen hem gestolen worden. Een beetje warmte, dat is wat hij wil.