Paul Herygers: ‘Laat de cross maar Vlaamse kermis blijven’

Tobias Daneels
Published on Thursday 110106
Wie het veldrijden volgt, herkent meteen de stem van Paul Herygers, co-commentator bij Sporza. Zelf was hij veldrijder tussen 1993 en 1999. In 1994 werd hij wereldkampioen.

Wanneer ik aan de telefoon een afspraak maak met  Paul Herygers, is het alsof ik de televisie opzet. De scherpe stem met Kempense tongval is te herkennen uit duizend. Herygers is dan ook geregeld te horen op televisie tijdens de live-uitzendingen van het veldrijden op de VRT.  Aan de zijde van Michel Wuyts deelt hij dan zijn uitgebreide kennis met de kijkers. Maar de jongste kijkers weten spijtig genoeg al lang niet meer dat Herygers ook een groot kampioen was.

Ik heb met Paul Herygers afgesproken in het Bloso-centrum van Herentals. Ik rijd er met een bang hartje naartoe, want Herygers is al sinds ik als kleine jongen naar de plaatselijk veldrit in Lille ging zien een held voor me. En een dorpsgenoot, wat gelukkig onmiddellijk het ijs breekt. “Ha, ook van Lille?” Paul glundert wanneer hij zijn geboortegemeente noemt. En hoewel hij er niet meer woont, zal zijn hart voor altijd in Lille liggen. Daar was het waar hij als kleine jongen zijn eerste stappen in het veldrijden zette. “Ik was altijd wel aan het koersen. Ofwel op de fiets, ofwel op een ‘trottinette’, en toen ik wat ouder was op brommertjes in de wei bij de buren. De stap om te gaan koersen was dan ook snel gezet.” Paul is duidelijk ook een trotse man. Hij loopt er ook altijd verzorgd bij. En dat was vroeger ook zo. Zelfs toen hij het als jongeman probeerde te maken in de crosswereld.

Was het snel duidelijk dat je talent had?

Ja. Ik won als jonge gast al snel enkele wedstrijden en was bij de besten, zoniet de beste van mijn leeftijdscategorie.

Toch was je erg oud toen je professioneel veldrijder werd.

Op het cruciale moment, rond de leeftijd van 20, 21 jaar, heb ik niet de kans gekregen om prof te worden. Nu krijgen de beloften al een heleboel geld en middelen van sponsors, maar als je in die tijd niet onmiddellijk een profcontract kreeg, was je kans eigenlijk verkeken.

Wat ben je toen gaan doen?

Ik ben in een steenfabriek gaan werken. Echt zwaar werken, voor niet al te veel geld. Maar ik had geen grote opleidingen gedaan op school. En naar het leger wilde ik niet. Ik was blij genoeg dat ik daar vanaf was.

En het veldrijden moest gedwongen wat minder?

Natuurlijk. Maar ik probeerde in mijn vrije tijd zo veel mogelijk te blijven trainen. En dan kwam ik als amateur op een paar seconden aan van profs als Liboton en De Brouwer, dan weet je dat je talent hebt. Ik ben dan ook gaan proeven van het mountainbiken. Daarin werd ik vijf keer Belgisch kampioen, en het is eigenlijk zo dat ik in op 29-jarige leeftijd aan een profcontract ben geraakt.

Maar je stopte met mountainbiken?

Ik wierp natuurlijk onmiddellijk die mountainbike-fiets in de bomen. Ik wilde zo snel mogelijk terugkeren naar mijn oude liefde, het veldrijden. En met succes. nog geen vier maanden na mijn eerste profcontract werd ik Belgisch kampioen.

Een jaar later in 1994 werd je ook wereldkampioen.

Ja, dat was misschien wel het hoogtepunt uit mijn carrière. En vanaf dan was het een zaak om zo lang mogelijk aan de top te blijven. Ik had mijn beste jaren al achter de rug, want een renner is tussen zijn 25 en zijn 30 op zijn sterkst. Uiteindelijk werd ik in 1997 nog een tweede keer Belgisch kampioen.

Je stopte met wielrennen in 1999. Was het moeilijk om niet in het spreekwoordelijke zwarte gat te vallen?

Heel moeilijk. ’t Is alsof je een vogeltje bent en je een paar jaar los hebt mogen vliegen. En nu word je terug gevangen. Ik ben dan even postbode geweest, en ben toen terug in de steenfabriek gesukkeld. Gelukkig ben ik een tweede keer uit ‘Alcatraz’ kunnen ontsnappen want een steenfabriek, da’ s werkelijk de hel.

Hoe ben je dan bij Bloso terecht gekomen?

Ik deed al een beetje televisiewerk als commentator, en toen kwam ik tijdens de veldrit in Hofstade een centrumverantwoordelijke tegen. Die zei dat hij nog een parkwachter nodig had en daar ben ik onmiddellijk op gesprongen. Na twee jaar op en neer naar Hofstade, hebben ze me overgeplaatst naar Herentals, toen hier iemand stopte.

Dat tv-werk doe je nu al acht jaar?

Ja, en ik ben overgelukkig dat ik die kans heb gekregen. Ik ben ook erg goed bevriend geraakt met Michel Wuyts die altijd naast me zit. Hij is mijn God. Hij heeft me zoveel geleerd wat ik in de school nooit kon leren. Als commentator, maar zeker ook als mens.

Je krijgt veel lovende kritieken. VT4 heeft zelfs jullie format proberen te kopiëren door Marc Jansen mee te laten commentariëren.

Ja, maar dat zal nooit zo’ n succes worden, hé. Er is maar één Herygers. Dat was vroeger zo in het peloton en dat is nu nog altijd zo. Ik hoor inderdaad ook dat ik veel goede kritieken krijg, en da’ s leuk. Ik denk dat het vooral een goede combinatie is tussen mij en Michel Wuyts.

Is het een bijverdienste of een hobby?

Het blijft een hobby. Natuurlijk zal ik hierdoor wel altijd de laatste nieuwe jas kunnen aantrekken, maar mocht ik er geen plezier meer in hebben, ik zou onmiddellijk stoppen.

Plan je het nog lang te doen?

Ik denk dat ik geen schrik moet hebben zolang Sven Nys op zijn fiets blijft zitten. Die lijkt me geknipt om het na zijn carrière van mij over te nemen. Maar het kan even goed dat hij daar geen tijd voor zal hebben. En zolang ze me niet wegsturen, blijf ik zeker hier.

Heb je nog andere plannen voor de toekomst?

Ik heb nu een nieuwe hobby gevonden in de zomer. Ik volg koersen op de weg met een fotograaf of een wedstrijdverantwoordelijke achterop. Echt leuk. Ik heb daar ook wel wat ambitie in. Dit jaar wil ik graag de Tour de France doen. De kans is groot dat het gaat lukken maar in het wielrennen ben je nooit zeker voor iets op papier staat.

En denk je ooit nog iets in het veldrijden te doen? Als ploegleider of zo.

Ik heb die kans al meerdere keren gehad, maar heb ze altijd afgewezen. Eerst kwam Fidea me vragen, dan Sunweb-Revor, en later kwam Sven Nys me zelfs persoonlijk vragen. Maar de liefde voor de commentaarcabine is te groot. Ik zie mezelf dan ook nooit zo’ n functie doen.

Zou je het wereldje dan niet missen als je carrière bij de televisie erop zit?

Ik kan niet zeggen of ik het zou missen. Ik wil het althans voorlopig nog niet, maar als het ooit zover is weet ik echt niet of ik het zou missen of niet. Ik zal ook niet mijn hele leven naar de cross blijven gaan hé.

Woon je ondertussen nog in Lille?

Nee, ik ben verhuisd naar Vorselaar, vlakbij Bart Wellens. Daar woon ik voorlopig nog met mijn vrouw en onze dochter. Maar onze dochter, Femke, is ondertussen achttien en ze is van plan deze zomer alleen te gaan wonen. Op dat gebied is ze wel haar leeftijd vooruit. En dan hebben ik en mijn vrouw terug het huis voor ons alleen.

Hoe zie je de toekomst van de sport?

Het is meer en meer een trend om over een toekomst op de weg te praten. Lars Boom zijn we al kwijt. En nu praten ook Albert en Stybar over een overstap. Maar het is minder gemakkelijk dan het lijkt. Je kan een brood halen bij de bakker, en een biefstuk bij de beenhouwer, maar een ticketje voor de Tour de France kan je gelukkig nog niet bestellen.

Het veldrijden is ook niet meer zo internationaal als in jouw tijd.

Dat vind ik niet zo erg. Iedereen zit altijd te roepen dat er meer buitenlanders mee moeten strijden om de prijzen. Maar als er dan eens een Nederlander of een Tsjech een paar weken alles wint, is het al paniek. Laat de cross maar Vlaamse Kermis blijven.